skip to Main Content

Pulmonalisklepstenose

Het bloed dat uit de rechterkamer gepompt wordt, gaat via de longslagader naar de longen. In de longslagader zit een klep: de pulmonalisklep. De pulmonalisklep bevindt zich aan het begin van de longslagader en bestaat normaal gesproken uit 3 klepbladen. De klepbladen passen precies tegen elkaar aan. Met de hartslag gaat de klep open en dicht. Als de kamers samentrekken, gaan de kleppen open, zodat het bloed het hart uit kan stromen. Daarna gaat de klep dicht, zodat er geen bloed terug kan stromen naar het hart.

Bij pulmonalisklepstenose is er sprake van een vernauwing van de pulmonalisklep. De klep gaat niet goed open, waardoor het bloed minder goed uit de rechterkamer naar de longslagader kan stromen. Het hart moet tegen een grotere weerstand inpompen. Vooral het rechterdeel van het hart heeft het zwaarder. Hierdoor ontstond een verdikking van de rechterkamerwand. Dit wordt ook wel hypertrofie van de rechterkamer genoemd. Het rechterdeel van het hart hoeft normaal niet zo hard te pompen, aangezien het bloed alleen maar naar de longen gepompt hoeft te worden. Als de rechterkamer een langere tijd onder druk moet werken, kan het zijn dat de rechterkamer het op een gegeven moment niet meer aan kan. Dan ontstaan er over het algemeen pas klachten.

Oorzaken pulmonalisklepstenose

  • De oppervlakte van de klep kan te klein zijn. Daardoor kan er minder bloed uit het hart stromen.
  • De klepbladen kunnen verdikt/ stug zijn, waardoor ze niet goed openen.
  • De klepbladen kunnen met elkaar vergroeit zijn.

Symptomen van pulmonalisklepstenose

Meestal heeft iemand nog geen klachten. Vaak wordt het bij een controle op het consultatiebureau of bij een arts gevonden.

  • De arts kan een hartruisje horen.
  • Klachten bij inspanning
  • Vocht vasthouden in ernstigere gevallen. Dit kan op verschillende plekken in het lichaam voorkomen. Denk hierbij aan de benen, de buik, de oogleden etc.

Diagnose van pulmonalisklepstenose

  • Lichamelijk onderzoek waarbij onder andere naar het hart geluisterd wordt. Er is bij pulmonalisklepstenose een ruisje hoorbaar.
  • Hartecho om te bepalen of er sprake is van klepproblemen. Er kan dan onder andere goed gekeken worden of de kleppen goed openen of sluiten.
  • Een hartfilmpje (ECG).
  • Holteronderzoek. Hierbij wordt het hartritme 24 uur of langer in de gaten gehouden.
  • Soms een inspanningstest.

Behandeling van pulmonalisklepstenose

Of er een behandeling nodig is, hangt af van de ernst van de vernauwing. Er zijn 2 opties:

  • Ballondilatatie: Hierbij wordt de lies aangeprikt en wordt er een katheter richting het hart gevoerd. Aan het einde van deze katheter zit een ballonnetje die op de plaats van de klep wordt opgeblazen, zodat het de klep kan oprekken. Hierdoor wordt het oppervlakte van de klep zelf weer groter, waardoor de ernst van de vernauwing afneemt.
  • Hartoperatie: Bij een operatie kan de chirurg de klepbladen van elkaar loshalen als deze met elkaar vergroeit zijn (commisurotomie). Hierbij is er wel een risico dat er een lekkage ontstaat (pulmonalisklepinsufficiëntie). Als de klepbladen niet van elkaar verwijderd kunnen worden, is er een klepvervanging nodig. Hierbij kunnen biologische kleppen of mechanische kleppen gebruikt worden. Hierbij wordt een hartlongmachine gebruikt, zodat de hart- en longfunctie tijdelijk overgenomen wordt door een machine. Hierdoor kan de chirurg veilig de operatie uitvoeren. Er zijn verschillende klepsoorten:
    • Biologische klep: Deze klep is afkomstig van een dier of van een mens. Het voordeel hiervan is dat je slechts 3 maanden antistolling nodig hebt en niet levenslang. Daarnaast lijkt de klep meer op dat van de mens en maakt deze klep geen tikkend geluid. Het nadeel van de klep is dat het maar 10-20 jaar meegaat en dat daarna weer een operatie nodig is. Ook zijn er maar weinig donorkleppen beschikbaar van een mens.
    • Mechanische klep: Deze klep wordt va metaal of kunststof gemaakt. De klep slijt niet en gaat levenslang mee. Hierbij is wel het nadeel dat je levenslang antistollingsmedicijnen nodig hebt. Daarnaast maakt de mechanische klep vaak een tikkend geluid.

Na beide ingrepen moet het hart weer tijd krijgen om goed te herstellen. De verdikte spierwand zal niet direct verdwijnen. Meestal gebeurt dit binnen 6 maanden. Verder blijf je of je kind wel langdurig onder controle bij de cardioloog om te kijken of er niet opnieuw een vernauwing optreedt.

Leven na pulmonalisklepstenose

Als het probleem verholpen is, zijn er in principe geen beperkingen meer. Je (kind) kan een normaal leven leiden afgezien van controles bij de cardioloog. Sporten is ook toegestaan. Als je zwanger zou willen worden, moet dit wel in overleg met de cardioloog. Zeker als het nog niet verholpen is, is dit belangrijk, omdat dit kan verergeren. 

 

Bron: Centrum voor Aangeboren Hartafwijkingen Anna Blancquaert

Back To Top