skip to Main Content
We werken hard aan een nieuwe website. Daardoor staat nog niet alle informatie op de website en werken nog niet alle links. Onze excuses. Als je vragen of opmerkingen hebt over de website kun je contact opnemen met 088-5054322 of via info@aangeborenhartafwijking.nl

Wolf- Parkinson- White syndroom

Soms gaat de ziekte gepaard met een syndroom: het Wolf- Parkinson- White (WPW). Dit is een aangeboren hartritmestoornis. Om het hart te laten samentrekken is er een elektrisch signaal nodig. Normaal zorgt de sinusknoop voor de elektrische signaaltjes. De sinusknoop zit op de rechterboezem. Die stuurt allemaal prikkels. De prikkel gaat zich verspreiden over de boezems en daarna komt de prikkel bij de AV- knoop. De AV- knoop zit in het harttussenschot op de grens van de boezems en de kamers. De AV- knoop zorgt ervoor dat de prikkels even vastgehouden worden, zodat de kamers zich kunnen vullen met bloed. Daarna verspreidt het de elektrische prikkel over de kamers. Om dit voor elkaar te krijgen gaan de prikkels via de bundel van His, de bundeltakken en de Purkinjevezels. De boezems trekken dus iets eerder samen dan de kamers. De kamers trekken vlak daarna samen en pompen het bloed richting de longen en naar de rest van het lichaam. Als je inspanning levert, gebeurt dit veel vaker dan wanneer je in rust bent. Daarom gaat je hartslag omhoog als je flink aan het inspannen bent en is de hartslag in rust lager. Die aanpassingen zijn nodig om ervoor te zorgen dat het lichaam voldoende zuurstof en voedingsstoffen krijgt als je sport. Je gebruikt dan veel meer zuurstof dan dat je in rust verbruikt.

Bij het Wolf- Parkinson- White syndroom gaat in dit hele proces wat mis. Er bestaat een extra verbinding tussen de boezems en de kamers. Dit wordt ook wel de bundel van Kent genoemd. De elektrische signaaltjes gaan dan via de bundel van Kent. De signaaltjes komen dan niet allemaal aan in de AV- knoop. Normaal vertraagt de AV- knoop de prikkel, maar de prikkels van de bundel van Kent vertragen niet. Hierdoor worden de prikkels op hoge snelheid doorgegeven. Als gevolg daarvan ontstaan er ritmestoornissen. Er kan een levensbedreigende ritmestoornis ontstaan (ventrikelfibrilleren). Dit gebeurt zelden. Bij deze ritmestoornis kan het hart geen bloed meer rondpompen. Soms komt de prikkel vanuit de bundel van Kent weer terug bij de boezems. Dan ontstaat er een cirkelbeweging. Dit wordt ook wel cirkeltachycardie of re- entry tachycardie genoemd. Tachycardie is een ander woord voor een te snelle hartslag. Bij Wolf- Parkinson White kan de hartslag tot boven de 200x per minuut gaan.

Symptomen Wolf- Parkinson White syndroom

Bij de ritmestoornissen kan er sprake zijn van hartkloppingen, een bonzend gevoel van het hart, duizeligheid, flauwvallen of kortademigheid. Daarnaast kan je ook klachten hebben van pijn op de borst, transpireren, misselijkheid en gejaagdheid. Soms blijft het lang verborgen, waardoor je niet weet dat er sprake is van deze aandoening. Naar mate je ouder wordt, nemen de klachten toe. Een enkele keer verdwijnen de symptomen, doordat de bundel van Kent dan niet meer in staat is om de prikkel voort te geleiden.

Behandeling Wolf- Parkinson White syndroom

Door medicatie of een cardioversie kan de ritmestoornis (tijdelijk) verholpen worden. Een cardioversie wordt gedaan om iemand uit het vreemde ritme te “klappen.” Hier merk je of je kind helemaal niets van, omdat dit gedaan wordt als je of je kind in slaap gebracht is. Door middel van 2 grote plakkers kan er een stroompje toegediend worden om het hart als het ware te resetten. Het is de bedoeling dat het hart daarna weer normaal gaat kloppen. Bij een hartkatheterisatie wordt de lies en soms de pols aangeprikt om via het aangeprikte bloedvat een slangetje/ kathetertje op te voeren richting het hart. Eenmaal bij het hart aangekomen, kan de cardioloog zien waar de ritmestoornis ontstaat en kunnen er kleine littekentjes op het hart gemaakt worden door het weg te branden. Hierdoor is het extra elektrische baantje onderbroken, waardoor de ritmestoornis voor altijd verholpen is. Het wegbranden van de plaats waar de ritmestoornis ontstaat, wordt ook wel ablatie genoemd. 

Back To Top