Selecteer een pagina

Willem

Angstig voor het leven

Willem werd in 1953 geboren in een zwaar religieus gezin met een liefdeloze moeder. Als kleine jongen lag hij na een openhartoperatie drie weken vrijwel alleen in het ziekenhuis. Het maakte hem angstig voor het leven. “Toch zie ik mijzelf als een succesverhaal.”

Willem Verhaar is zeventig jaar, getrouwd met Marijke, vader van twee kinderen en opa van vier kleinkinderen. Hij was werkzaam als wijkverpleegkundige. Willem werd geboren met een slecht werkende pulmonalisklep.

Waaraan merkte je als jong kind dat je medisch iets mankeerde?

“Mij werd verteld dat ik na de geboorte een blauwe kleur rondom mijn mond had en slapjes aanvoelde. Mijn moeder omschreef het ‘alsof ik er geen zin in had.’ Als peuter was ik snel moe. Ik loste dit zelf op door overal een krukje mee naartoe te nemen, zodat ik kon uitrusten. Verder was ik me tot mijn elfde nergens van bewust. Ik leefde in mijn eigen wereld.”

Kan je die wereld omschrijven?

“We woonden afgelegen op de Achterdijk, het dichtstbijzijnde dorp was vijf kilometer fietsen. Televisie hadden we niet, want mijn ouders waren streng gereformeerd. Dit betekende dat ze beperkt op de hoogte waren van wereldse ontwikkelingen en voor hen het lot in handen van God lag. Mijn vader was altijd aan het werk en bemoeide zich niet met de opvoeding. Er kwamen geen andere kinderen bij ons thuis, dat kon mijn moeder niet aan. Zij was niet in staat om liefde te geven, iets dat mijn leven heeft getekend. Ik had geen enkele emotionele binding met haar, mijn broers en zussen evenmin. Het laat zien hoe bepalend je sociale omgeving is wanneer je met een hartafwijking wordt geboren: bij mij was sprake van affectieve verwaarlozing en dat heeft ziek zijn er op z’n zachts gezegd niet makkelijker op gemaakt.”

Op je elfde werd je geopereerd. Wat herinner jij je van de periode rondom je opname?

Toen ik een week in het ziekenhuis lag voor een katheterisatie, vermoedde ik dat een openhartoperatie zou volgen. ‘Vermoedde’, want niemand vertelde iets. Vanuit het ziekenhuis werd ik niet begeleid, wat in die tijd normaal was. Mijn ouders zwegen erover, tot vlak voor de opname. Ik weet nog goed dat ze vanuit de achterkamer naar me toe kwamen om de ingreep aan te kondigden. Toen ik zei dat ik het al wist, reageerde mijn moeder: “Hoe weet je dat? Dan had ik het niet geheim hoeven te houden!” En weg liep ze. Eenmaal in het ziekenhuis lag ik drie weken alleen op een kamer. Ik zat onder de slangen en andere enge medische apparatuur. Mijn ouders kwamen in het weekend even langs en mijn zus doordeweeks een enkele keer.”

Welke emotionele impact had dit op je?

“Ik voelde me bevroren, alsof ik de buitenwereld vanachter glas beleefde. Ik zag het wel, maar was er niet werkelijk bij. Dissociëren heet dat, het werkt als een beschermingsmechanisme. Afhankelijk van de dreiging van buiten, werd de glazen wand dikker of dunner. Deze angst voor het leven maakte me zeer voorzichtig in bewuste en onbewuste keuzes in alle jaren daarna. Ik voelde me vreselijk eenzaam.”

Wat betekende dit voor het sluiten van vriendschappen?

Omdat ik affectief ben verwaarloosd en daardoor niet gehecht was, kon ik geen vriendschappen onderhouden. Ik maakte ze wel, maar raakte ze ook weer kwijt. Door mijn hartafwijking kon ik anderen ook niet goed bijbenen. Bovendien leerden mijn ouders mij vanuit hun religieuze overtuiging dat alles buitenshuis onveilig was. Ook dat isoleerde mij. Op een goed moment heb ik al mijn schepen achter me verbrand en ben ik naar Amersfoort verhuisd. Daar leerde ik mijn vrouw kennen. Zij was het tegenovergestelde van mijn moeder: lief, open en warm. Bij haar voelde ik geen angst. We kregen twee kinderen en leidden als gezin een gelukkig leven.”

Je tweede openhartoperatie in 2008 maakte een heleboel los. Wat wil je hierover vertellen?

“In die periode daalde mijn energiepeil enorm, waardoor ik arbeidsongeschikt werd verklaard. Terwijl mijn vrouw nog aan het werk was en onze kinderen waren uitgevlogen, zat ik ineens alleen thuis. Dit was confronterend: het gevoel van absolute verlatenheid kwam weer boven. Ik had alle tijd en ruimte om elk signaal dat mijn lichaam gaf te wantrouwen. Op een dag ging ik letterlijk onderuit door hartritmestoornissen. Mijn cardioloog raadde me daarop aan om met een professional gesprekken te gaan voeren.”

Er werd CPTSS geconstateerd. Wat is dat?

“Dit is een Post Traumatische Stress Stoornis met een dubbele (Complexe) oorzaak: ik mijn geval de eenzaamheid van de operatie op mijn elfde in de context van het totale gebrek aan binding en liefde van mijn moeder. Pas sinds een paar maanden kan ik hierover praten. Nu voel ik geen wrok en schaamte meer. Dat werkt verruimend.

Wat heeft jouw hartgeschiedenis je gebracht?

“Ik heb mezelf door het leven leren laveren. Zoals je tijdens het zeilen leert met gevaarlijke omstandigheden om te gaan. Op die manier zie ik bijna altijd wel een mogelijkheid om door te gaan. Ik lees veel succesverhalen van anderen met een soortgelijke afwijking. Het doet me beseffen dat ik mezelf eigenlijk ook een succesverhaal vind.”

Heb jij een aangeboren hartafwijking en loop je tegen mentale hindernissen aan? Praten met een professioneel hulpverlener helpt. Vraag je huisarts je door te verwijzen of neem contact op met jouw afdeling cardiologie. Ook zij bieden vaak begeleiding bij sociaal-emotionele problemen, helpen je voor te bereidingen bij opnames en geven structurele levensloop begeleiding.