skip to Main Content

Praten over psychische klachten

Als ouder van een kind met een aangeboren hartafwijking is het begrijpelijk dat je soms bezorgd bent over hoe het met je kind gaat. En ook dat je soms misschien bezorgder bent over jouw kind. Misschien maak je je niet alleen zorgen om de lichamelijke gezondheid van je kind, maar ook of juist over zijn of haar gedrag. Dan kan het soms helpen om met een professional te praten. Maar wat is daar een goed moment voor en waar kun je terecht? Wij geven je graag een paar handvatten.

Normale reactie op abnormale situaties

Wanneer jouw kind naar het ziekenhuis moet, heeft dit bijna altijd in meer of mindere mate een effect op het leven van jou en van je kind. Dat kun je merken voorafgaand of na poliklinische controles en zeker ook na een opname van jouw kind in het ziekenhuis.

Veelgehoorde klachten na een bezoek aan het ziekenhuis zijn dat kinderen minder goed slapen, last hebben van nachtmerries of in het algemeen wat angstiger zijn. Dit soort reacties kunnen, tot op zekere hoogte, beschouwd worden als een normale reactie op een abnormale situatie.  Het is goed om te bedenken dat verwerken van (nare) ervaringen tijd nodig heeft en dat iedereen daarin zijn eigen tempo en manieren heeft.

Het is logisch dat jij als ouder van een kind met een aangeboren hartafwijking oplettend bent, ook na een ziekenhuisbezoek. Maar wanneer ben je te oplettend en wanneer ben je precies oplettend genoeg? Dat kan voor ouders en kind een hele puzzel zijn.

Een richtlijn is dat het over het algemeen zo is dat de meeste stressgerelateerde klachten na vier tot zes weken na een opname of ziekenhuisbezoek verdwijnen. Is dat bij jouw kind niet het geval en blijven de klachten bestaan? Dan kan het goed zijn om daar contact over te hebben met de medisch specialist in het ziekenhuis. Die kan met jou meedenken en je indien nodig verwijzen naar een professional, zoals een psycholoog, maatschappelijk werker of pedagogisch medewerker.

Waar kun je op letten?

Het is vaak lastig om goed te benoemen wanneer je kind zich anders gaat gedragen. Ook is er niet altijd een duidelijke aanleiding voor. Een duidelijke aanleiding kan een reactie op een opname of controle zijn, maar het kan ook voorkomen dat jouw kind veel later in zijn leven klachten ontwikkelt. Onderstaande voorbeelden kunnen je helpen om te bepalen waar je op kunt letten. In elk geval is een verandering in het gedrag van je kind altijd een aanleiding om hem extra in de gaten te houden en dan vooral of de klachten verdwijnen, blijven of verergeren.

Bij jonge kinderen kun je kijken naar het slapen, voeden, huilen en troosten. Is daarin wat veranderd of verergerd? Kun je je kind bijvoorbeeld nog goed troosten of lukt dat niet (meer)? Bij oudere kinderen kun je vaak beter in het gedrag zien dat er iets aan de hand is. Ze zijn bijvoorbeeld erg angstig voor prikken of specifieke ingrepen in het ziekenhuis, maar kunnen ook ineens verdrietig of overstuur raken als de ouders niet in de buurt zijn. Andere veelvoorkomende klachten zijn slecht slapen, nachtmerries hebben, snel geprikkeld zijn of piekeren over nu of de toekomst. Sommige kinderen keren zich naar binnen en kunnen angstig of bezorgd zijn. Anderen keren zich meer naar buiten en worden juist erg druk. Het kan ook zijn dat je kind zich niet meer goed kan concentreren.

Heeft je kind een of meerdere klachten waarover jij je zorgen maakt? Dan is het altijd verstandig om daar met iemand over te praten.

Waar kun je terecht met je vragen?

Er zijn verschillende professionals waar je terecht kunt met je vragen. Net als je vraag en de situatie van je kind kan de oplossing per kind verschillen. In bepaalde gevallen kan het al helpen om even te sparren met een professional. Het hoeft dus helemaal niet zo te zijn dat er direct een behandeltraject gestart wordt.

Is je kind nog onder actieve behandeling van een kindercardioloog, bijvoorbeeld omdat er een opname gepland staat? Dan kan dit een plek zijn om je zorgen kenbaar te maken. Binnen het ziekenhuis zijn er verschillende professionals die je mogelijk kunnen helpen met je vraag. De kindercardioloog kan je naar een van hen doorverwijzen. Woon je ver van het ziekenhuis en is een behandeltraject de beste oplossing voor jou en je kind? Dan kan er ook meegedacht worden welke hulp bij jou in de buurt passend zou kunnen zijn.

Is je kind op dit moment niet meer onder medische behandeling in het ziekenhuis? Dan kun je je zorgen ook kenbaar maken bij het consultatiebureau of de huisarts, afhankelijk van de leeftijd van je kind. Ook zij kunnen je doorverwijzen naar de juiste professional.

Sommige ouders hebben ook erg veel baat bij het contact met andere ouders die een kind hebben met een aangeboren hartafwijking. De patiëntenvereniging kan je helpen om met hen in contact te komen.

Back To Top