Selecteer een pagina

Home » LIFE levensverhalen van (jong)volwassenen

LIFE levensverhalen van (jong)volwassenen

"Kies altijd voor je eigen gezondheid. Wat de artsen ook zeggen.”

Voor Dani staat gezondheid altijd op nummer één. Het was op z’n zachtst gezegd ‘behoorlijk balen’ toen Dani noodgedwongen zijn sportopleiding moest stoppen. Hij is negentien en hoorde ongeveer een jaar geleden dat hij een bicuspide aortaklep heeft. Dani kijkt nu anders naar zijn leven.

 ‘Ik ben niet het type dat uit boeken leert. Ik ben opgegroeid met sport, daarom was de sportopleiding ideaal voor me. Sinds de diagnose maak ik andere keuzes: mijn gezondheid komt nu altijd op nummer één.’  

Aan de bel trekken 

Dani’s moeder is ook hartpatiënt en zag dat haar baby blauw werd als hij de fles kreeg. Ze vertrouwde het niet en trok regelmatig aan de bel bij artsen. Die zeiden keer op keer dat er niets aan de hand was, maar ze accepteerde dat antwoord nooit. ‘Ik heb een prima jeugd gehad en ben gewoon aan mijn sportopleiding begonnen. Maar na elke les was ik duizelig, misselijk en had een hartslag van dik boven de tweehonderd. Als kind had ik het altijd koud en was ik vaak moe. Mijn moeder maakte zich zorgen om mij, maar de artsen verwezen haar nooit door. Totdat ze er zelf op aandrong om naar een cardioloog te gaan. Die constateerde dat ik een bicuspide aortaklep heb en vond dat ik moest stoppen met mijn sportopleiding.’ 

Van sport naar zorg 

Dani verruilde zijn sportopleiding voor de mbo4-opleiding Social Work. Heel iets anders dan wat hij deed, maar het is een omgeving die ook goed bij hem past. ‘Ik ben een sociaal persoon en houd ervan om met mensen te praten. Daarom voel ik me thuis bij deze opleiding. Op de sportopleiding zag je veel meer haantjesgedrag en ging het om presteren, je grenzen verleggen. Nu is het allemaal wat milder en kijk ik ook heel anders tegen mijn vorige opleiding aan. Ik word niet gepusht en denk nu veel meer na over de gevolgen van een actie.’  

Overbezorgde vrienden 

Dani is net over de grootste schok heen en zoekt nu uit hoe hij het beste met zijn situatie om kan gaan. ‘Ik ben veel meer bezig met wat ik moet opgeven voor mijn gezondheid. Sinds de diagnose leef ik met de dag. Ik zie wel wat ik volgende week ga doen, eerst maar eens deze week doorkomen. Ik verkies mijn gezondheid boven feesten en doe geen drugs of alcohol. Als ik op een festival ben, zorgen mijn vrienden heel goed voor me. Soms zijn ze wat overbezorgd, maar ik vind het fijn dat ze er voor me zijn.’ 

De wat-als-vraag 

‘Ik heb veel steun aan mijn directe omgeving, maar ik ervaar nog veel onbegrip. Leeftijdgenoten snappen niet wat ik heb en kijken daardoor ook anders naar me. Ik ben niet lui, ik heb gewoon veel slaap nodig. Mijn moeder is een van de weinigen die dat begrijpt. Zij is mijn grootste steun, ik heb heel veel aan haar. En omdat zij zelf ook hartpatiënt is, hebben we ineens heel andere gesprekken. We praten dan over de ‘wat als-vraag’ en onze angsten over de toekomst. En ik vind het fijn om er met andere jongeren over te praten. Dat geeft me soms nieuwe inzichten in hoe je dingen kunt aanpakken. Wat ik andere jongeren wil meegeven: als je iets voelt, trek aan de bel. Wacht niet te lang, zet je trots opzij en kies altijd voor je eigen gezondheid. Wat de artsen ook zeggen.’ 

Laatste nieuws