skip to Main Content

Vasculaire ring

Vasculaire ring betekent letterlijk dat er een ring van bloedvaten is. Bij deze aangeboren hartafwijking is er sprake van een ring van bloedvaten rondom de luchtpijp en de slokdarm. Dit ontstaat als er bepaalde delen van de aorta niet goed aangelegd zijn. Door de ring van bloedvaten, kan er een vernauwing van de slokdarm en de luchtpijp. Hoe erger de vernauwing is, hoe meer klachten iemand heeft.

Soorten vasculaire ring

Er zijn verschillende vormen van een vasculaire ring. Hieronder zijn er slechts 3 voorbeelden beschreven.

  • Een dubbele aortaboog
    Normaal gesproken gaat het bloed vanuit de linkerkamer naar de aorta (de grootste lichaamsslagader). De aorta bestaat uit een opstijgend deel, de aortaboog en een afdalend deel. Bij een dubbele aortaboog splitst de aortaboog zich in een boog voor én een boog achter de luchtpijp en de slokdarm. Beide bogen komen weer samen bij het afdalende deel van de aorta. Hierdoor wordt er een “ring” gevormd rondom de luchtpijp en de slokdarm. Deze vorm komt het meeste voor.
  • Rechter aortaboog met linker ligamentum arteriosum
    De aorta begint aan de rechterkant in plaats van de linkerkant en loopt achter de slokdarm en luchtpijp langs. De longslagaders beginnen aan de voorzijde van de slokdarm en de luchtpijp. Bij deze vorm is er ook een deel overgebleven van de ductus arteriosus  die voor de geboorte een verbinding vormt tussen de longslagaders en de aorta. De longen van een ongeboren kindje werken nog niet, maar door de verbinding kan er toch zuurstof vervoerd worden naar de rest van het lichaam van het kindje. Als dat in tact gebleven is/ er een deel daarvan overgebleven is, kan dat ervoor zorgen dat er een complete vasculaire ring is. Vaak zit het bovenste deel van het ligamentum anteriosus vast aan het laatste deel van de aorta of het afdalende deel van de aorta.
  • Een vasculaire sling
    Bij een vasculaire sling loopt de linkerlongslagader achter de luchtpijp in plaats van ervoor.

Symptomen van een vasculaire ring

Het hoeft niet altijd voor problemen te zorgen. Soms is het een toevalsbevinding. Het ligt eraan hoe de bloedvaten lopen en of ze zorgen voor een vernauwing van de luchtpijp of de slokdarm. Dan kunnen er wel klachten optreden zoals:

  • Stridor: een hoorbare luidruchtige/ gierende ademhaling. Daarbij kan er ook een piepende ademhaling optreden.
  • Kortademigheid bij inspanning
  • Problemen met het eten, omdat het eten niet goed kan zakken. Dit worden ook wel passageklachten genoemd. Daarnaast kan het pijnklachten/ een vervelend gevoel achter het borstbeen veroorzaken doordat het voedsel door de vernauwing niet kan zakken.
  • Het gevoel hebben dat er iets in de keel vast zit.
  • Aanhoudende hoestklachten
  • Maagzuur dat terugstroomt in de slokdarm.

Soms kan er bij een vasculaire ring ook een andere hartafwijking aanwezig zijn. Het wordt bijvoorbeeld ook gezien bij mensen met een ventrikel septum defect (VSD). De arts kan dan ook een hartruisje horen. Daarnaast kan de huid of de slijmvliezen blauw/ paars kleuren door zuurstoftekort.

Diagnose van een vasculaire ring

  • Hartlongfoto (x- thorax)
  • Een MRI van het hart dat het hart en de bloedvaten in kaart kan brengen.
  • CT- scan van de borst
  • Echo van het hart
  • Een onderzoek waarbij de arts naar de luchtpijp kijkt (bronchoscopie).
  • Sliktesten zoals barium slikken. Hierbij moet er contrastmiddel geslikt worden, zodat de arts het maagdarmkanaal in kaart kan brengen.

Behandeling van een vasculaire ring

Als een vasculaire ring voor klachten zorgt, kan er een operatieve behandeling plaats vinden om de afwijking te herstellen, zodat de druk op de slokdarm en de luchtpijp verminderd wordt. Soms is er een zeer ernstige vervorming van de luchtpijp waardoor er een risico is dat je kindje niet meer zelfstandig kan ademhalen.

Leven na de behandeling van een vasculaire ring

Meestal is er geen vervolgoperatie noodzakelijk. Vaak is de ademhaling in het begin nog wat luidruchtig, omdat de luchtpijp weer een normale vorm krijgt. In de meeste gevallen verdwijnen het hoesten of de moeizame ademhaling na de ingreep. Soms blijf je (kind) wel gevoelige luchtwegen houden. Over het algemeen blijf je/ je kind wel onder controle van de cardioloog (in ieder geval tot je (kind) jongvolwassen is geworden.  

Back To Top